Omgaan met beperkingen

Het is een bizarre causaliteit. Het werk van coaches/therapeuten bestaat bij de gratie van probleem gerelateerde vragen. Problemen kunnen we oplossen, of anders verwoord, het probleem tenietdoen. De collusie coach/coachee is daarmee een feit.

Echter er zijn vraagstukken waarbij deze causaliteit niet opgaat. Er is geen oplossing voorhanden. Dat is een wrange situatie, temeer omdat de mensheid in zijn eigen maakbaarheid is gaan geloven. Dat is iets anders dan perspectief, dat is er altijd. Vandaar de uitspraak ‘vanuit meerdere perspectieven kijken’.

Vanuit ontwikkeling geredeneerd kan je stellen dat we groei faciliteren. Elk probleem dat we tackelen draagt bij aan groei. Maar dat is een kwestie van perceptie. Overigens geldt voor veel functies een problem solving attitude; ter vergelijk management en leiderschapsrollen.

Er zijn veel onoplosbare vraagstukken en processen. Denk aan existentiële processen, rouwverwerking, bij begeleiding van ongeneeslijkheid, bij het gemis van een dierbare. Maar ook in organisatiecontexten kunnen tal van onoplosbare situaties zijn. Vraagstukken waarin het beleid niet voorziet of allerlei beperkingen oplegt. Denk aan eindigende salarisontwikkeling, stagnerende groei, einde carrièrepad, etc... (en waarin ontslag niet de oplossing is). Wat is dan het probleem?

Of je nu coach, therapeut of coachend leider bent; als er geen oplossing voorhanden is..... hoe benader je dan het vraagstuk? Als er geen causaliteit is tussen probleem - oplossing, wat is dan de node? En wat is je stijl van begeleiden/leiderschap? Welke kwaliteiten vraagt dit dan van je?

In mijn praktijk herken ik drie collusies. Drie causaliteiten die elk op zich een eigen stijl van begeleiding vragen:

Allereerst is er de causaliteit probleem - oplossing. De node is om de situatie op te lossen. Er is een dominante behoefte om voorwaarts te werken, het probleem op te lossen en verder te gaan. De begeleidingsstijl is oplossingsgericht. Veel vragen stellen, je hele awareness systeem inzetten en creativiteit bevorderen; dat is de attitude van de coach.

De tweede collusie is: beperking - acceptatie. Er is geen oplossing voorhanden; de node is om stil te staan, in het nu zijn. Op de voorgrond kan vermijding van pijn, verdriet, angst, onzekerheid staan. De begeleidingsstijl is erop gericht om de acceptatie te vergroten. Dat vraagt van de coach vooral een attitude van het mede-dragen van het proces, er zijn. Misschien wel de meest lastige stijl, juist vanwege het besef van het ‘nu’; dit is wat er is, en dat is ok!

De derde collusie categoriseer ik tot spiritulaiteitsvraagstukken. De causaliteit is: spiritualiteit - zingeving. Denk aan een scenario waarin alles aanwezig is om een succesvol leven te leiden. Er zijn geen problemen nog beperkingen en toch is er een gevoel van leegte. De node is gericht op betekenisgeving, purpose redefining. De begeleidingsstijl is activerend en vertragend. Pendelen tussen nu en toekomst.

Anderen helpen om problemen op te lossen is onze nature. Wij worden zelf gelukkig als we iets kunnen oplossen en bijdragen. Het wordt lastiger met beperkingen. De confrontatie met iets wat onoplosbaar is kunnen we doorgaans moeilijk verdragen. Juist in die processen kunnen we waarde toevoegen door het ondraaglijke draaglijk te maken.

Wil je eens collegiaal sparren over vraagstukken, neem gerust contact op.